De Locatie

Van begin af aan heeft het pelgrimshuis een speciale functie gehad.  Maar hoe is dat eigenlijk zo gekomen…?

Op ‘voorspraak’ van de toenmalige rector Cremers is er bij de Jozefkapel in 1910 een cafeetje gebouwd. Pelgrims die een bezoek brachten aan de kapel hoefden dan niet zonder drankje huiswaarts te keren. Bovendien konden er in dat gebouw ook toiletten worden aangebracht, waarvan de bedevaartbezoekers gebruik zouden maken. Het café kreeg daarom de naam ‘Pelgrimshuis’.

Frans Bonants (1910 – 1920) wordt de eerste uitbater van het café. Hij huurt het pand van de kerk. Het gebouw doet vooral dienst in de maand maart, wanneer verreweg de meeste pelgrims naar Smakt komen. In het begin is de ‘wc-functie’ van het café voor hen heel belangrijk. Voor de mannen is deze buiten, voor de vrouwen binnen. Behalve in de maand maart en op alle zondagen, doet het café verder nauwelijks dienst. Het is dan alleen nog het clublokaal van een enkele vereniging.

Met de komst van de familie Nellen (1920 – 1965) krijgen het Pelgrimshuis en zijn bewoners meerdere taken. Café-uitbater Sjef Nellen wordt ook koster van de kerk en tevens de organist ter plaatse. Hij begeleidt de meeste liederen die de bedevaartgangers zingen. (Overigens heeft zoon Harry het klavier al gauw overgenomen en het orgel maar liefst tot 2009, zijn 86e jaar, bespeeld.)

Van café naar restaurant

In 1965 wordt Nellen sr. ziek. Niemand van zijn kinderen wil het beheer van het Pelgrimshuis over-nemen. Mede daarom komt het huis tijdelijk in handen van ‘buitendorpsen’. Vier jaar (1965 – 1969) voert de familie Wismans de scepter. Geen voorspoedige tijd. Mede door de beperkte openstelling van het café daalt het aantal bezoekers aanzienlijk.

Met de komst van de familie (Lies en Jeu) Custers (1969-1976) komt hier verandering in. Inmiddels wonen de paters-Karmelieten in het klooster van Smakt en zij raken op allerlei manieren betrokken bij de organisatie van de bedevaartsdiensten. Lies is een bekende voor de Karmelieten. Zij kookt voor hen en doet er tevens allerlei huishoudelijk werk. Daarnaast kookt ze ook op bruiloften en partijen bij mensen in de regio, thuis of in de stal. Die ervaringen helpen haar en haar man om het Pelgrimshuis nieuw leven in te blazen.

Er komt een restaurantgedeelte bij, zodat feestelijke partijen voortaan in het Pelgrimshuis kunnen plaatsvinden. De openingstijden veranderen, het verenigingsleven begint er de weg weer te vinden en langzaam maar zeker komen er ook steeds meer (bedevaart)bezoekers. Hierdoor krijgt het winkeltje, dat een vroegere beheerder was begonnen, nieuwe nering. Naast enige kruidenierswaren en snoep kunnen er nu ook eenvoudige religieuze souvenirs en relikwieën gekocht worden, zoals ansichtkaarten, rozenkransen, gebedskruisjes en de typische Jozef-beeldjes

Vanaf 1970 helpt neef Piet Bonants als het druk is een handje mee. Achter de tap, in de bediening èn in de keuken. Het blijkt de voorbode te zijn van een vreedzame overname in 1977, als hij en zijn vrouw Els de nieuwe beheerders worden